Biografie

Ste­faan wordt geboren te Niel, een voor­ma­lig steen­bakker­dor­pje onder de rook van Antwer­pen. Als zoon van kunst– en reclameschilder Louis Eyck­mans komt hij al zeer jong in con­tact met verf en pense­len. Zijn vader zal zijn grote leer­meester en men­tor bli­jven. Tij­dens zijn acad­e­mietijd wordt Ste­faan sterk beïn­vloed door de Vlaamse Prim­i­tieven, de 17e eeuwse stilleven­schilders en de toen­ma­lige Antwerpse fijn­schilders onder lei­d­ing van Willem Dol­phyn. Nog later zullen de meer pas­teuze tech­niek van de Ned­er­lan­der Henk Hel­man­tel en de sobere com­posi­ties van de Ital­i­aan Gior­gio Morandi hun sporen nalaten in het werk.

Na een oplei­d­ing als let­terteke­naar en illus­tra­tor gaat Ste­faan een poosje in de reclame werken. Maar almaar meer legt hij zich toe op zijn schilder­i­jen. De wereld van snelle reclame­bood­schap­pen en ‘dead­lines’ ruimt plaats voor de stilte van het ate­lier, geduldige obser­vatie en langzame opbouw van tijd­loze composities.

In onze post­mod­erne tijd waar offi­ciële acad­e­mies schoonheid afdoen als oubol­lig en musea voor ‘schone’ kun­sten wor­den geam­puteerd tot musea voor ‘heden­daagse’ kunst, kiest Ste­faan res­oluut voor schoonheid als een objec­tieve maat­staf. Door het afwe­gen van de vor­men, het zoeken naar de essen­tie en de opti­male com­posi­tie, tra­cht de schilder een andere pure realiteit te creëren. Uit de doeken straalt een wereld van rust en even­wicht, nooduit­gan­gen uit onze gestreste con­sump­tiemaatschap­pij. De tonale tech­niek van de oude meesters in com­bi­natie met huidige mate­ri­alen, kleuren en objecten, mondt uit in een heden­daags real­isme met wor­tels in een eeuwe­noude schilderstraditie.

Hoe real­is­tisch en gede­tailleerd ook, de stillevens van Ste­faan ontstaan vanuit een strak gecom­poneerde abstrac­tie. Reeds van op grote afs­tand ver­lei­den kleuren, vor­men en sub­tiele licht­val de toeschouwer. Pas bij toe­nader­ing geven de werken hun ver­rassende details prijs.

Ste­faan leeft in de Franse Quercy Blanc, in een klein gehucht tussen de wijn­gaar­den van Cahors. Daar werkt hij teruggetrokken in een tot ate­lier ver­bouwde schuur vanl’Ancien Pres­bytère de Tro­n­iac’.